Ondernemer van het jaar!

Horen en verstaan, 2 verschillende dingen

Volgens de Dikke van Dale is 'horen': gehoor hebben / niet doof zijn / met het oor waarnemen. En 'verstaan': duidelijk horen en begrijpen. Waar het op neer komt: 'horen' en 'verstaan' zijn 2 verschillende begrippen en hebben 2 verschillende definities. Waarom denkt iedereen dan dat het hetzelfde is?

Horen en verstaan...

“Horen” is geluid waarnemen: “Ik weet dat er iets is gezegd”. “Verstaan” is de geluiden verwerken tot klanken en die worden verwerkt tot woorden en zinnen: “Zei je nou buis of muis?” Verstaan is alleen op spraak gericht.

Horen en verstaan zijn twee problemen waar slechthorenden elke dag mee geconfronteerd worden. Je bent bang dat je iets niet hoort en daardoor iets mist. Tegelijkertijd ben je ook bang dat je niet verstaat wat er gezegd wordt.

Je kunt zelf als slechthorende zoveel mogelijk doen om ervoor te zorgen dat je alles hoort en verstaat, maar dat wordt een dagtaak en is heel vermoeiend. Je kunt je slechthorendheid niet compenseren door extra je best doen om “alles te volgen”. Je bent niet voor niets slechthorend. Dat betekent dat je niet alles kán horen of verstaan. Sommige klanken en toonhoogtes kunnen buiten je frequentie bereik liggen.

Er zijn een paar dingen waardoor de communicatie met slechthorenden beter gaat. Praat duidelijk, praat niet te zacht en niet te hard, praat op een normaal tempo, sta met je gezicht in het licht, de mond moet zichtbaar zijn voor spraakafzien, probeer zoveel mogelijk te ondersteunen met je handen, herhaal wat je zegt als het niet begrepen wordt, doe soms even samenvatten, wacht even met beurt nemen, maak dingen visueel. Wat je beter niet kunt doen is overarticuleren (overdreven mondbewegingen maken), schreeuwen, mompelen, niet aankijken, hand voor je mond houden en zinnen afraffelen.

Een ander iets wat met “horen en verstaan” te maken heeft: klankverwerking. Als mensen praten en je verstaat het niet, vraag je automatisch om herhaling. Als de mensen beginnen met de herhaling, dringt het vaak door wat er net is gezegd. Als slechthorende heb je moeite met klankonderscheid. De “b” en de “p” enz. Als iemand tegen je praat moeten je hersenen eerst de klanken oppikken dan onderscheiden en daarna pas verwerken tot woorden en zinnen.

Een voorbeeld: “was het een b of een p”? “Een buis of pluis?” “Is er iets niet buis?” Waarschijnlijk is het hier “pluis”. Wat bij horende mensen automatisch gaat, verloopt bij slechthorenden moeizamer. Het duurt net iets langer voordat alles verwerkt is.

Design by No.3 | Nummerdrie.nl | Ontwerpstudio